Het zwarte prinsesje en het jongetje dat geen snoepje wou

Tijdens de zomer leest de Boekenkaravaan op speelpleintjes, festivals en andere locaties. Die zomervoorleesmomenten vinden we erg belangrijk. Niet alleen om de ontlezing tegen te gaan, maar ook omdat we zo een breder publiek bereiken. Ons project bestaat bijna vijftien jaar. We hebben bekendheid opgebouwd, vertrouwen gewonnen en toch blijven er families die niet willen meedoen. Niet alle gezinnen zitten te wachten op bezoek van een vreemde, hoe goed hij of zij het ook bedoelt. Een scheur in de zetel of afgebladderd behang kan al eens een dealbreker zijn. Hoe leuk of nuttig voorlezen aan huis ook is, het blijft een inbreuk op de privacy.

Dit geldt ook de gezinnen in de sociale woonblokken op Linkeroever. Toen Robin Polak, conciërge op het Europark, ging polsen over er animo was voor de Boekenkaravaan, bleek dat veel gezinnen het niet zagen zitten om een vreemde bij hen thuis uit te nodigen. Zo ontstond het idee voor Blokboeken, een nieuw project dat de Boekenkaravaan hoopt te realiseren met hulp van de Burgerbegroting (inwoners van Antwerpen kunnen allemaal stemmen, dus doen!). In 2016 willen we van start gaan met een voorleeswerking op openbare plekken in de flats zelf. Iedereen is welkom en doordat de bewoners zich nauwelijks hoeven te verplaatsen —het voorlezen gebeurt letterlijk ‘om de hoek’—, is de drempel laag.

Dat dit project een succes gaat worden, daarvan ben ik overtuigd. Afgelopen zaterdag heb ik zelf voorgelezen in het Europark, dat dit jaar voor het eerst meedoet aan onze zomervoorleesmomenten, en het was een doorslaand succes. Dit is voor een groot deel te danken aan de jeugdwerkers van Formaat, die het geheel in goede banen leidden. Bouchra en Omar zijn enthousiast en staan dicht bij de kinderen. Ze hadden hen op voorhand verteld dat de Boekenkaravaan zaterdag zou langskomen, dus toen ik om kwart voor twee bij het jeugdhonk arriveerde stonden er al een paar ongeduldige knulletjes te wachten.

Jongens van een jaar of tien zijn niet de meest gemakkelijke doelgroep, zo weet ik uit ervaring. Maar daar heb ik bij deze gastjes niets van gemerkt. Af en toe waren ze wat uitbundig, hetgeen tijdens het schilderen een paar besmeurde neuzen opleverde, maar dat hoort erbij. Wat ik vooral belangrijk vond, was dat ze helemaal meegingen in de verhalen die ik voorlas.

Na een introductierondje – Hoe heet je, wat is je lievelingskleur en wat heb je allemaal in die kleur? – was het tijd voor De gele olifant van Loes Riphagen, een woordeloos prentenboek dat zich uitstekend leent voor interactie. En voor kritische vragen, zo bleek: ‘Waarom is de olifant geel?’, ‘En de schil van een ananas, die is toch bruin?’, ‘Kyra, wat is ‘Merlot’? Rode wijn, echt?!’ Ik kon moeilijk een lachbui onderdrukken. Wat was ik trots op die klein mannen, die bovendien veel referenties aanwezen – van Spongebob en Bart Simpson tot de zonnebloemen van Van Gogh.

Na het voorlezen liet ik de kinderen in teams van twee en stilleven maken van gevonden voorwerpen in een bepaalde kleur. De broer en zus die samen twee gele vrienden maakten, hadden duidelijk het best geluisterd naar het verhaal. Maar ook de blauwe luchtballon, bestaande uit een cakevormje, ballon en Playmobilpoppetje was leuk gevonden, net als de groene dino en fossiel. Team Rood sleepte vol enthousiasme een bouwhekje over het grasveld en trok zelfs hun eigen T-shirts uit – hoewel ze daarna niet goed wisten wat ze ermee moesten aanvangen, kregen ze bonuspunten voor de inzet.

Daarna was het tijd voor het tweede verhaal, Rockie van Julia Donaldson en Emily Gravett. Zonder onderbreken een prentenboek op rijm voorlezen aan deze groep, daar ben ik zelf dan weer een beetje trots op. Ik gaf de kinderen vooraf de opdracht om een beweging te verzinnen bij elk dier, van de sluipende tijger en de giechelende hyena tot de grote bruine beer. Lachsalvos galore. Vervolgens gingen we net als de Mammoet (‘Saus voor bij de frieten, toch?’) verf spuiten. Ons schilderij – Pollock is er niks bij! – ligt te drogen in het jeugdhonk. We besloten de middag met een potje Twister en een snoepje, als beloning voor de inzet en het helpen opruimen.

En op dat moment gebeurde wat mij nog het meest ontroerde. Tussen alle graaiende handjes was er één jongetje dat nee zei. ‘Ramadan.’ Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan: dat ik daar niet bij had nagedacht! Wat gaan we toch gemakkelijk uit van onze eigen normen en waarden. En wat knap van die jongen – tien jaar en beter bestand tegen groepsdruk dan de meeste volwassenen, mezelf incluis.

Dat is wat ik bedoel met ‘van elkaar leren’. En precies daarom is het belangrijk dat de Boekenkaravaan niet alleen voorleest in het Europark, op het Kiel of het Stuivenbergplein, maar ook in de Zomerbib of op het Sfinks festival, waar blauwe kijkers de voorlezer aanstaren vanonder blonde pony’s. Die kinderen hebben onze voorleesmomenten niet nodig voor hun taalvaardigheid, hun literaire of sociaal-emotionele competenties, die zaken krijgen ze van huis uit mee. Maar de Boekenkaravaan heeft wel een invloed op het soort boeken dat ze lezen. In de zomerbib kies ik niet voor Goudlokje of Assepoester, maar voor Prinses Arabella en prins Mimoen. En op Sfinks lezen we voor uit de boeken van Studio Sesam.

Of het iets uithaalt, zo’n donker prinsesje in een leesleven vol blonde deernes? Stel nu dat dat ene prinsesje bij de kinderen hetzelfde gevoel teweeg brengt als dat jongetje bij mij, toen hij een snoepje weigerde. Is dat niet voldoende?

In juli 2015 was ik gastblogger voor Stichting Lezen Vlaanderen. Deze blog is eerder verschenen op www.jeugdliteratuur.org.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s