Wit begint en overwint?

Tijdens de kerstvakantie bezocht ik Babel, een samenwerking van HETPALEIS, de Vlaamse Opera en Solisti del Vento. In dit totaalkunstwerk komen alle muzische domeinen aan bod. Drie professionele operazangers (een sopraan, tenor en bas) zingen samen met een kinderkoor een theatertekst die is opgebouwd uit diverse wereldtalen, dialecten en fantasietaal, waarbij de klassieke operatalen Frans, Italiaans en Duits lijken te domineren. De zangers krijgen muzikale ondersteuning van een orkest, dat aan weerszijden van het podium zit in plaats van in de orkestbak. Net als de liedtekst leunt ook de compositie dicht aan bij traditionele opera, met voornamelijk blaasinstrumenten. Samen klinkt het als een harmonieus geheel, maar erg spannend is het niet. De ondertitel ‘urban opera’ wekte bij mij toch andere verwachtingen. In de Amerikaanse popmuziek wordt de term ‘urban’ immers gebruikt voor muziekgenres die verwant zijn aan de straatcultuur: hiphop, soul, funk, r&b, reggae(ton), dancehall, dubstep, drum and bass, elektronica… Ik had gehoopt hier invloeden van terug te zien in Babel, bijvoorbeeld door het gebruik van rap of percussie, maar dit bleef grotendeels uit.

Met een achtergrond in de taal- en letterkunde was ik nieuwsgierig naar de liedteksten. Natuurlijk herken je vooral de talen die je zelf (enigszins) beheerst, dus is het niet verwonderlijk dat ik vooral Germaanse en Romaanse talen hoorde, met hier en daar Slavische of Arabische invloeden en een enkel woord Chinees (ni hao). Uiteraard beheerst de tekstschrijver een beperkt aantal talen, dus is het logisch dat ook hij terugvalt op de talen die hij kent. Een libretto construeren uit meer dan vijftig talen is een bewonderenswaardige prestatie, maar dat neemt niet weg dat de opera Babel een vrij westers stuk is – en dat terwijl het net pleit voor harmonie tussen alle volkeren. Het was fijn geweest als die boodschap een uiting kreeg in de muziek, maar het reflecteerde zich niet eens in de zangers of muzikanten. Het is toch opvallend dat een opera met multiculturaliteit als een van de belangrijkste thema’s een bijna volledig blanke cast heeft?

Over het dramatisch aspect van Babel was ik evenmin erg te spreken. De opera is losjes gebaseerd op het Bijbelverhaal over de toren van Babel, met als extra moraal dat liefde alles overwint, inclusief de dood. Het verhaal volgt drie volledig witte figuren door een letterstad, waar zij hun eigen taal verzinnen. Ze interageren met het kinderkoor, dat hen – aldus de lesmap – zou pesten en bespotten. Daar heb ik echter weinig van teruggezien in de springende en huppelende bewegingen. En waarom de kinderen schools een rijtje vormden terwijl de zangers hun namen afriepen, is mij een raadsel. De vaart van het verhaal neemt toe naarmate de drie hoofdpersonages (letterlijk) meer kleur krijgen. Na enkele solo’s waarin zij handelingen verrichten die bepalend zijn voor hun karakter – de sopraan verleidt de twee mannen, neerdalend uit de lucht, de tenor krijgt een aanval van gekte, wild springend op een letterblok -, verliezen de figuren steeds een beetje wit (schmink, hun pruik, een kledingstuk…).

Op mij had de solozang van de bas de meeste impact. Na een gevecht met de tenor, dat door de afstand en de krachtige armbewegingen iets weg had van tovenarij, klom de grote man op het letterblok en hitste de meute, bestaande uit de sopraan en het kinderkoor, op tegen de tenor die in foetushouding op de grond lag. Daarna knielden zij allen voor het podium van de bas, die als een koning Nimrod met felle armbewegingen een solozang ten gehore bracht waarin ik voornamelijk Ringel-sen hoorde. Op dat moment schoot het beeld van de rijkspartijdagen in Neurenberg door mijn hoofd en vond ik het moeilijk om me nog op de rest van het verhaal te concentreren. Terwijl de tenor tot leven werd gewekt door de sopraan, dacht ik aan de associatie die ik had gemaakt op basis van mijn cultureel geheugen. Ik dacht aan de wereld van vandaag, de oorlogen, de vluchtelingencrisis, en vroeg mij af: in hoeverre is naastenliefde  opgewassen tegen machtswellust? Het slot van Babel was een einde als in een sprookjesboek, een al te gemakkelijk einde. Konden we maar ‘de dood dooddoen’ – helaas, ook jonge kinderen beseffen maar al te goed dat de realiteit afwijkt van ‘en zij leefden nog lang en gelukkig’.

Om ten slotte te eindigen met een positieve noot: het decor van bordkartonnen letters en karakters uit verschillende alfabetten zag er prachtig uit. Qua kleur en vorm was de maquette een duidelijke visuele referentie naar Bruegels Toren van Babel en de videoachtergrond creëerde diepte. Ook was het tof dat er werd gespeeld met de vorm van de attributen, bijvoorbeeld door een Arabisch karakter te gebruiken als ‘trompet’.

Hoewel Babel muzikaal goed in elkaar stak en prachtig was vormgegeven, vond ik het verhaal te mager en de boodschap te klef. Bovendien uitte het respect voor de ander zich onvoldoende in de liedtekst, muziek en samenstelling van het ensemble. Om die reden alleen al zou ik hier niet naartoe komen met mijn stageklas, die een zeer diverse samenstelling heeft.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s