Kikkerbilletjes en bonen uit blik

Inspiratie vinden in de tussenposes van het bestaan

We beelden ons de schrijver vaak in als een eenzaat: iemand die op een zolderkamertje bonen uit blik lepelt in afwachting van de muze die zijn inspiratie zal wakker kussen. Maar schrijven voor je brood is een job als elke andere. De meeste auteurs werken niet vanuit goddelijke inspiratie, maar krijgen een klus voorgeschoteld en handelen die af. Zelfs Annie M.G. Schmidt, moeder van de Nederlandstalige jeugdliteratuur, schreef louter in opdracht.

Toch geeft iedere schrijver aan elke opdracht een geheel eigen draai. Vraag een klas een opstel te schrijven over kikkers en je zult twintig compleet andere teksten krijgen. De één schrijft over prinsen en prinsessen, de ander bedenkt een komische scène in een Frans restaurant, een derde houdt een monoloog met een brok in de keel. Zomaar een paar invalshoeken, gebaseerd op de associaties die het woord ‘kikker’ oproept. Doen we hetzelfde met een abstracter thema als liefde of verlies, dan worden de mogelijkheden nog talrijker.

En toch hebben al die verhalen vaak iets universeels. Inspiratie zit ‘m namelijk niet in een origineel onderwerp, maar in wat je ermee doet. Een schrijver verkondigt geen nieuwe ideeën, maar verpakt zijn gedachtegoed op een innovatieve manier. En wat dat betreft geloof ik wel een beetje in magie. Niet in een muze of ander goddelijk wezen, maar in ons eigen buikgevoel.

Want hoe uiteenlopend zijn opdrachten ook zijn, je ziet de hand van een schrijver altijd terug in zijn teksten. Annie M.G. Schmidt herkennen we uit duizenden. Haar persoonlijkheid klinkt door in de stijl die ze hanteert, in de woorden die ze kiest. Daarmee is elk schrijven per definitie autobiografisch, óók als de auteur vertelt over kikkers die in prinsen veranderen. Er sluipt onvermijdelijk iets van hemzelf in de tekst, zijn beelden verraden wat hem op het moment van schrijven bezighield.

Vandaar dat schrijven best confronterend kan zijn: in feite is het de meest geniepige vorm van zelfreflectie. Daarom is het niet meer dan logisch dat elke schrijver periodes heeft waarin hij geen letter op papier krijgt: wie niet goed zijn vel zit, mijdt het liefst zijn spiegelbeeld. Bovendien laat niet elke ervaring zich in woorden vatten. Sommige gebeurtenissen slaan ons uit het lood, en als de schrijver geen grip heeft op zijn eigen gedachten en gevoelens, hoe kan hij ze dan in een narratief gieten?

Toch is een ware schrijver op dat moment bezig met schrijven, juíst door het niet te doen. Periodes van liefde en verlies zijn de meest inspirerende, universele momenten uit een mensenleven. Het zijn transcendentale ervaringen, groeirituelen, die niet voor niets onderwerp zijn van de meeste grote romans (en bij uitbreiding alle kunstvormen). Maar wie zo’n fase doormaakt, kan er onmogelijk over vertellen. Hoe hard de schrijver ook probeert, de woorden schieten hem tekort.

En dàt is misschien waar het beeld van de schrijver als bonenlepelende kluizenaar wortelt. In de tussenposes. In de pieken en dalen van de gevoelswereld. Mogelijk zal de auteur die momenten erkennen als inspiratie, zich voornemen er ooit een grote roman over te schrijven. Maar elke poging daartoe strandt onvermijdelijk, zelfs als er jaren overheen gaan. Tot hij op een dag bezig is aan een opstel over kikkers. De overpeinzingen die hij jaren eerder maakte op zijn koude zolderkamertje, sluipen ongemerkt zijn tekst binnen. Zijn verdriet sijpelt tussen de regels door, zonder dat hij er zelf erg in heeft. En zo lukt het, stukje bij beetje, om het onzegbare te zeggen.

Ja, schrijven is een job als elke andere. Het is een routineklus die discipline vereist. Maar meer nog vereist het om heel hard te leven. Om middagen niets te doen op zolderkamertjes, om dagenlang in bed te blijven liggen of doelloos door de straten te dwalen. Want dat is waar levenswijsheden ontstaan. De schrijver, en bij uitbreiding elke kunstenaar, onderscheidt zich van de rest van de mensheid in zijn vermogen te voelen, écht te voelen. Alleen hij die moedig genoeg is om emoties in alle heftigheid te ervaren, is in staat er iets constructiefs mee te doen. Om niet alleen zichzelf, maar de wereld een spiegel voor te houden. En daarmee schept hij iets dat zijn eigen gevoelswereld overstijgt. Herkenning. Troost. Verbintenis.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s